InhoudProcedure — hoe ga je te werk?

Procedure — hoe ga je te werk?

Een serie

De meeste series zijn als volgt opgebouwd: ze leren een vaardigheid of een concept aan en bestaan uit meerdere stappen. Stap 1 (of stap 01) is de eerste stap — soms is er een stap 00, maar dat komt zelden voor. De moeilijkheidsgraad van de oefeningen neemt stap voor stap toe. Binnen een stap zitten meerdere oefeningen, en hun moeilijkheidsgraad neemt heel geleidelijk toe.

Als je een serie aan een kind wilt aanleren, begin je met de eerste oefening, dan de tweede, dan de derde, enzovoort. Doe ze allemaal, tenzij het echt heel duidelijk is voor je kind — in dat geval ga je door met de volgende stap. Als je kind het in de volgende stap moeilijk heeft, kun je altijd teruggaan naar de stap waar het gebleven was.

Als je het kind wilt testen om te weten of het de vaardigheid of het concept van een serie beheerst, laat je het de oefeningen van de laatste stap doen. Als het kind alle oefeningen van die stap kan, dan beheerst het die serie.

Wat doe je als het kind de oefening goed doet?

Als het de oefening goed doet, druk je op het vinkje in de groene cirkel en geef je het een token. Je herhaalt de oefening niet en gaat door met de volgende!

Wat doe je als het kind een fout maakt?

Als het kind een oefening doet en een fout maakt, druk je op het witte kruisje in de rode cirkel (daarmee ga je terug naar het begin van dezelfde oefening), en laat je het daarna een andere oefening uit dezelfde stap doen. Als het kind, na de andere oefeningen (targets) van die stap gedaan te hebben, deze oefening nog steeds niet kan, doe je de vorige stap (van die serie) opnieuw. Als het de eerste stap van de serie is, moet je misschien een van de series met de voorwaardelijke vaardigheden opnieuw doen.

Als je denkt dat het gewoon een onoplettendheidsfoutje was en dat het kind het eigenlijk had moeten kunnen, kun je het de kans geven om het opnieuw te doen. Maar doe dat niet te vaak: het kind zou kunnen leren dat het niet hoeft op te letten, omdat de oefening toch nog een keer wordt aangeboden. In elk geval geldt: je herhaalt een oefening nooit meer dan 3 keer. Als het kind in een stap alle oefeningen doet en pas naar de volgende stap gaat nadat het die beheerst, dan maakt het in elke stap maar heel weinig fouten.

Er is één uitzondering: het aanleren van de eerste woorden. Bij het aanleren van losse woorden geldt: als het kind de LR- niet kan, doe je de W- opnieuw (zonder de reactie te bekrachtigen), dan een LR- die het kent (ook zonder te bekrachtigen), en dan opnieuw de LR- die het niet kon. Als het die nu wel kan, wordt de reactie bekrachtigd. Om te testen of een kind de met de W- aangeleerde woorden heeft onthouden, kun je het de Q- van dezelfde target laten doen, of de LR-. Voor sommige kinderen is de LR- moeilijker dan de Q-: test daarom allebei.

Mag ik mijn kind prompten zodat het geen fouten maakt?

Nee, je mag geen fysieke of verbale prompt geven. Watch 'n Learn is zo opgebouwd dat het kind het kan doen zonder prompt van jouw kant. Als het kind oplet en je wacht tot het een stap beheerst voordat je naar de volgende gaat, dan kan het alles zelfstandig. Het is dus essentieel om te controleren of het kind de voorwaardelijke vaardigheden voor een serie beheerst — die informatie staat in het leertraject bij de tabellen met alle series.

Het idee achter Watch 'n Learn is dat het kind moet luisteren en vervolgens een woord langere tijd moet onthouden (en het dus in zijn hoofd moet herhalen) om aan het eind het juiste antwoord te kunnen geven. Als jij het woord als echoïsche prompt geeft, door het hele woord voor te zeggen of de eerste lettergreep te fluisteren, hoeft het kind het niet zelf te onthouden! En dat is nu precies wat we het níet willen leren. We willen dat het de moeite doet om het woord lang te onthouden, en dat het beseft dat het anders aan het eind niet het juiste antwoord kan geven en geen token krijgt. Dát — en niet de prompt — leert het kind om aandachtig te blijven tijdens de wachttijden. Daarom leren we kinderen om te wachten en het woord steeds langer te onthouden, zoals met de serie Appariement Objet Couleur.

Bovendien: als het kind een prompt nodig heeft, krijgt het die via bepaalde oefeningen. Om het kind bijvoorbeeld te prompten om de persoon te benoemen bij de vraag "wie is dat?", biedt de oefening alleen personen aan als antwoordmogelijkheden.

Wat doe je als het kind het juiste antwoord geeft maar het woord niet goed uitspreekt?

Als het kind de woorden nog niet goed kan uitspreken, keuren we het antwoord uiteraard goed wanneer het het object correct benoemt — ook als het "boe" zegt voor "boek" en "gijbaan" voor "glijbaan". Wel moet jij het verschil tussen de woorden die je kind produceert goed kunnen horen. We bekrachtigen elke benadering van de woorden en verbeteren het kind niet. De uitspraak wordt gaandeweg beter — dat hebben we altijd zo gezien. Daarnaast werken we aan de tafel aan echoïsche oefeningen, afgewisseld met motorische imitatie, zoals besproken in de training.

Wat doe je als het kind niet begrijpt wat er in de video wordt gezegd?

Omdat het de bedoeling is het kind te leren nieuwe woorden in een zin te leren, gaan we ervan uit dat er, als het niet lukt, waarschijnlijk woorden (of woordcombinaties) zijn die het niet begrijpt, en proberen we die woorden te vinden. Vervolgens zoeken we oefeningen waarin die woorden targets zijn, om ze apart aan te leren. Zodra ze geleerd zijn, herhalen we de oefening die het kind niet kon. Lukt het dan nog steeds niet, dan controleren we de oefening (misschien praat iemand echt te snel of is die niet duidelijk — laat het ons in dat geval weten!) of vragen we hulp aan een consultant van Watch 'n Learn.

Wat je niet moet doen, is de video vertragen of langzamer herhalen wat er wordt gezegd. Het doel van Watch 'n Learn is het kind de vaardigheden aan te leren waarmee het gesprekken in zijn omgeving kan volgen, waar iedereen snel praat! Daar moet het dus aan wennen. Noodgedwongen laten de eerste video's mensen zien die langzaam praten, daarna wordt er steeds sneller en steeds natuurlijker gesproken.